Op 25 maart 1998 werd het eerste topsportconvenant ondertekend tussen de onderwijs- en de sportsector in Vlaanderen.
De Vlaamse Volleybalschool had toen echter al haar eerste jaren achter de rug.
Sinds 1995 waren er immers al meisjes, die een voltijdse schoolcarrière aan het Onze-Lieve-Vrouwecollege combineerden met een sterk trainingsprogramma na de schooluren (zie historiek).
Met het topsportconvenant werd deze samenwerking tussen het College en de Vlaamse Volleybalbond bekrachtigd: ondersteund door respectievelijk het ministerie van onderwijs en sport kon de VVS rekenen op duurzame en gestructureerde ontwikkeling.
Op 25 juni 2004 ondertekenden de Vlaamse minister van Onderwijs M. Vanderpoorten en de Vlaamse minister van Sport Marino Keulen, het Bloso, het BOIC, de BVLO, de VSF en de 3 grote Onderwijskoepels het nieuw topsportconvenant. Vanaf 1 september 2004 is dat in uitvoering.
In 2006 werd dan het bijzonder topsportconvenant tussen het departement onderwijs, het Onze-Lieve-Vrouwecollege en de Vlaamse Volleybalbond afgesloten. Het bestaan van de Vlaamse Volleybalschool werd hierdoor bevestigd.
De filosofie van de topsportschool rust op 3 pijlers:
- Hoofddoel is om talentrijke jongeren de kans te bieden hun sport op hoog niveau te combineren met hun studies. Op deze manier kunnen ze naast hun sportieve ontwikkeling ook een volwaardig diploma secundair onderwijs behalen en hebben ze mogelijkheid om door te stromen naar het hoger onderwijs. Ze worden voorbereid op de zwaardere fysieke en mentale belastingen die zij zullen ondervinden in hun specifieke topsportcarrière.
- De wetenschappelijke ondersteunde vorming is leeftijdsgebonden en is gericht naar de ontwikkeling van de individuele persoonlijkheid van elke topsportleerling, dit binnen het volleybal als teamsport.
- De goede relatie tussen ouders, leerkrachten, trainers, opvoeders, VVS-begeleiders creëert een gunstig pedagogisch-sociaal klimaat, waarin de jongere zich optimaal kan ontplooien.
|